Spreuken

Ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van het Boerenwagenmuseum (in 2005), werd er
een boekje uitgegeven met spreuken, verband houdend met de Boerenwagens.

Met deze wagen
Draag ik den oogst
Dat is mijn brood
Ik ga er ook mee spelevaren
En rij ten leste ook voor den dood

En als de wagen rijdt
dan rust ik
En als de wagen rust
dan werk ik
Wie rijden wil als ik,
moet rijden als ik rijd
en werken als ik werk
En anders moet gij lopen vriend
en kunt gij kijken, als ik rijd.

Die op hoge paarden wil rijden
en slapen aan schoone
vrouwen haar zijden
en drinken een wijn die klaar is
moet hebben een buidel, die zwaar is.

Met de wagen en toch te laat.
Hoe sneller dat de wagen gaat
hoe sneller dat de baas wil gaan.
Wacht, tot de wijzers op “kerkuur” staan
en dan gerend en dan gevlogen
Beter dus op tijd en te voet getogen.

De merel vliegt door ’t veld
staag met gezwinde vlerken.
Zo gaat de huisman ook gestaag
te velde werken.
De merel doet het om zijn
jongen te broên.
De boer om met Gods hulp zijn
huisgezin te voên.

De soldaat zegt: Ik vecht voor U
De monnik zegt: Ik bid voor U
De advocaat zegt: Ik pleit voor U
En de boer zegt: Of jij vecht,
of bidt of pleit
Ik ben de boer, die eieren heit.

Wie iets heeft te zeggen van
mij of het mijne
Ga eerst naar huis en bekijke het zijne
Vindt hij in ’t zijne geen gebreken
Dan mag hij vrij van het mijne spreken.

Eerst gezaaid, dan gemaaid
Door landbouw bij des Heren zegen
word voor den mens veel
nuts verkreegen:
Maar die een rijken oogst begeert
getroost zich hier een weinig slooven
op ’t veld van hoopen en gelooven

Wie pleit om een koe
geeft er een toe